Pixabay

24 juni 2024

Samenwerken in de praktijk aan praktijkopdrachten; logisch zou je denken!

In de praktijk is het logisch dat medewerkers met verschillende talenten en opleidingsniveaus samenwerken en van elkaar leren. Het samenwerken aan praktijkopdrachten met hbo- en mbo-studenten vraagt om inspanning van zowel de onderwijsinstellingen als de bedrijven. Een examenopdracht binnen een praktijkomgeving biedt unieke kansen.

Binnen het Centrum Innovatief Vakmanschap Maak Smart Industrie1 zijn diverse initiatieven tussen Gilde Opleidingen, Fontys Hogeschool en bedrijfsleven geïnitieerd, gevolgd en geëvalueerd. In samenwerking met  Gilde Opleidingen, Fontys Techniek en Logistiek, het practoraat Hybride leren van Scalda en een drietal lectoraten (Fontys, hogeschool Zuyd en hogeschool Rotterdam) is een complextool2 doorontwikkeld voor mbo-context om praktijkvraagstukken te beoordelen op niveau van de opleiding. Dit artikel geeft inzichten uit geëvalueerde projecten bij Addit in Venlo en VDL Konings in Swalmen belicht vanuit een onderwijskundig perspectief. 

Bij het evalueren van projecten is gekeken vanuit concepten als hybride leeromgevingen3, motivatie4, beoordelen in een authentieke context, boundary crossing5, begeleiden van zelfsturing6 en professionele identiteitsvorming7. Bij deze laatste gaat het - óók in de technische beroepen - om hoe je je verhoudt als mens en als vakspecialist tot vakgenoten en andere professionals binnen je eigen vakgebied en andere domeinen. Hoe zet je je talenten in en hoe neem je verantwoordelijkheid in hetgeen je doet, hoe ga je om met tegenslag of een verandering die je niet zelf had gepland? Vragen die passen bij professionele identiteitsvorming bij studenten én professionals en die je kunt stellen als je studenten begeleidt bij een praktijkvraagstuk. Het project bij VDL-Konings was een examenproject. In de notitie "Examineren in de reële beroepscontext"8 9 10 worden verschillende probleemgebieden onderscheiden, zoals: Visie op examinering in de reële beroepscontext, Werkprocessen examineren binnen de reële beroepscontext en Streven naar een onafhankelijke en objectieve beoordeling. Het handboek Examinering van Gilde Opleidingen is bij het examen als kader gebruikt. 

De vijf belangrijkste lessen: 

1. De opdracht is van echte waarde voor het bedrijf
Bij Addit werd een nieuwe lasmal gemaakt en op advies van de studenten werd een lasmagneet aangeschaft om de kwaliteit van de las te verbeteren. Na de afronding van het project bij Addit zijn studenten en docenten bevraagd over het project ten aanzien van de ervaringen en verwachtingen van de opdracht, hun motivatie, de toetsing en begeleiding. In de evaluatie is de vraag meegenomen of deze praktijkervaring invloed heeft op hun keuze om verder te gaan in de techniek. Ze willen in de techniek blijven werken en hebben meer zicht gekregen of ze in een soortgelijke werkomgeving willen werken. Op de vraag wat voor hen belangrijk is voor hun werk wordt door zowel mbo- als hbo-studenten aangegeven: ‘Dat er iets gedaan wordt met wat we maken’; niet ‘voor spek en bonen’ of ‘een project dat in de la landt’. De afstand tussen wonen en werken is van belang en ‘of het goed betaald’ worden ook genoemd. Van de groep die is bevraagd willen de meeste studenten gaan werken een aantal wil doorstuderen. De motivatie om niet door te studeren is binnen deze groep de vraag, of eerder twijfel, ‘kan ik het wel?’. Maar ook gewoon omdat ze geld willen verdienen en niet nog vier jaar op school willen zitten. De hbo-student geeft aan dat hij nu wel wil leren lassen en zich wil verbreden in bijvoorbeeld elektrotechniek en de IT. ‘Ik wil ook kunnen lassen. De studenten van Gilde hebben door het praktische inzicht weer andere ideeën. Niet dat het altijd werkt.

Negen studenten van mbo-niveau 4 (werktuigbouwkunde) namen deel aan het examenproject bij VDL-Konings. Zij hebben eerder het project uitgevoerd bij het bedrijf Addit waarbij de studenten geoefend hebben in de opzet van een praktijkexamen. De praktijkvraagstukken (bij zowel Addit als VDL-Konings) zijn in samenspraak met een docent van Gilde Opleidingen en de werkplekcoördinator van het bedrijf besproken en vervolgens vastgesteld. Van tevoren zijn afspraken gemaakt over inzet van docenten en werkplekbegeleider, middelen en opdrachten. Bij VDL waren meerdere praktijkopdrachten waaruit de studenten konden kiezen om hun vaardigheden aan te tonen. In het gesprek met de productieleider van VDL-Konings wordt ingegaan op hoe ze aan goede opdrachten komen. ‘We willen studenten laten werken aan échte vraagstukken waar échte oplossingen voor gezocht worden. Opdrachten/problemen die opgelost dienen te worden, maar niet urgent zijn, schrijf ik dagelijks tijdens de productie op om op een later tijdstip (bij minder drukte of door studenten) op te pakken en te realiseren of op te lossen. De opdracht moet zinvol zijn voor het bedrijf, maar ook haalbaar én maakbaar zijn.’ Juist dit laatste maakt het soms ook ingewikkeld, is de opdracht complex en uitdagend genoeg, voldoen de studenten aan de juiste skills op het niveau dat aansluit bij de kwaliteit die het bedrijf verwacht?

2. Het doel is leren
Bij de opdracht bij Addit vonden de studenten de opdracht over het algemeen niet moeilijk. Verschillende factoren kunnen hieraan ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld de opdracht was te weinig complex, ze hadden te veel tijd, maar ook omdat de begeleiding hier intensief was voor de mbo-studenten. Deze prakijkopdracht was geen examenopdracht, maar hoorde bij het ontwikkeldeel van de opleiding en een voorbereiding op het examenproject. De docent die betrokken was bij beide projecten geeft aan: ’De jongens van dit project laten zien dat zij in een bedrijf een opdracht kunnen oppakken. Zo krijgen ze vertrouwen dat ze het kunnen. Je schat in wat kan en wat de studenten moeten laten zien voor de examinering. Natuurlijk zijn niveauverschillen zichtbaar tussen studenten. Ze komen allemaal binnen met een verschillend pakket aan bagage, kennis en kwaliteiten en dat is niet iets wat gedurende de opleiding "rechtgetrokken" wordt en dat moet je ook niet willen. In de echte wereld zijn deze verschillen er ook.’

Om te leren (en dat doen studenten ook nog tijdens het examendeel) is het belangrijk dat studenten voor keuzes komen te staan waar ze niet direct een antwoord op weten. Het vraagt om het uitdagen van de student en ze uitlokken tot een cognitief conflict; wat studenten denken te weten of dachten wat goed was, tegen een andere lat aanhouden of een ander perspectief inbrengen. Het brengt studenten even uit het evenwicht en worden uitgedaagd om verder na te denken, andere keuzes te maken en oplossingen te bedenken. De productieleider zegt hierover: Studenten denken in het begin vaak aan één oplossing, door in het begin van het proces op tijd bij te sturen kun je ze daarna weer meer loslaten.’ Maak het studenten niet te gemakkelijk, daag ze uit, laat ze proberen en experimenteren heb vertrouwen en stel de goede vragen. Het blijft natuurlijk wel leren en bij leren hoort het maken van fouten. Het helder hebben van de opdracht het gewenste niveau en de doel is voor student, bedrijf en opleiding cruciaal.

3. Eigenaarschap: kiezen en leren kiezen
De begeleiding en het kiezen voor een bedrijf of opdracht is verschillend bij de Gilde en Fontys studenten. De hbo-studenten hebben meer vrijheid om te kiezen voor bepaalde opdrachten en de begeleiding is vanuit de opleiding minder intensief dan bij de mbo-studenten. Op basis waarvan kiest de student voor een opdracht, uit gemak of onzekerheid over eigen kunnen of kiest de student juist voor de uitdaging? Leert de student iets nieuws of kiest de student voor beter worden in een bepaalde vaardigheid? Of is de keuze gebaseerd op een bedrijf dichtbij de eigen woonplaats of omdat de student samen kan werken met een medestudent? Je komt dit te weten wanneer de begeleiders echte aandacht hebben voor de student. Het invullen en het hebben van aannames liggen op de loer wanneer je denkt dat de student kiest voor bijvoorbeeld gemak. Samen met Addit is een aanzet gegeven om meer procesmatig naar de oriëntatiefase te kijken om tot een passende opdracht te komen (zie figuur 1) waarbij de dialoog super belangrijk is.

2024.24.06_002 - Samenwerken in de praktijk aan praktijkopdrachten; logisch zou je denken!

Figuur 1 - Oriëntatiefase voor praktijkopdracht

Tabel 1

Tabel 1 Toelichting aspecten oriëntatiefase voor praktijkopdracht

4. Feedback ook op de werkplek
Tijdens het examenproject bij VDL-Konings werd tussentijds een presentatie gehouden door studenten voor experts uit het bedrijf en de opleiding. Deze tussenpresentatie werd benut als een waardevol feedbackmoment. Alle studenten zijn bij de presentaties aanwezig en leren op deze manier ook weer van elkaar en van de vragen die worden gesteld. De focus van deze presentaties lag vooral op de inhoud (wat) en het formele proces met actielijsten, eisen en planning (hoe). Weinig werd ingegaan op hoe het proces van samenwerking verlopen is, wie wat heeft gedaan en waarom voor een bepaalde taakverdeling is gekozen. De meeste vragen die gesteld werden zaten op het niveau van inhoud en proces, minder op persoonlijk niveau. Dit type vragen worden volgens de docent eerder gesteld in een voor de student veilige setting met de docent en de groep studenten. In tabel 2 staan een aantal vragen die gesteld werden tijdens de presentatie die zijn aangevuld met vragen rondom de samenwerking die binnen een andere setting werden gesteld11, maar heel goed passen bij een tussenpresentatie. 

Tabel 2

Tabel 2 Voorbeeldvragen (aangevuld met mogelijke vragen rondom samenwerking)

5. Examineren in de beroepspraktijk daar leert iedereen van
Het werken aan authentieke opdrachten voor een examen heeft voor- en nadelen. Het kiezen voor een fictieve controleerbare opdracht is gemakkelijk uitvoerbaar. Is de ambitie dat docenten, werkveld en studenten veel meer samen leren en dat studenten zich verdiepen in echte vraagstukken die dichtbij de praktijk liggen, dan ligt de keuze voor de hand om samen op pad gaan, de handen ineen te slaan en lessons learned op te halen, vast te leggen en mee te nemen voor het vervolg. Er zijn kansen, dilemma’s en continue aandachtspunten om hierin beter te worden. Deze zijn opgesplitst in:

  1. Verwachtingen helder hebben
  2. Toetsen gedurende het leerproces
  3. Reflecteren vanuit je rol op je vak
  4. Aandacht voor docenten en werkplekbegeleider
  5. Inzet complextool
  6. Trots zijn en dat laten zien

5.1 Verwachtingen helder hebben
Werken aan echte bedrijfsopdrachten brengt naast motivatie ook verantwoordelijkheid met zich mee voor docent, studenten en werkveldbegeleider. Er lijkt minder ruimte voor "falen" wanneer er aan een écht praktijkvraagstuk wordt gewerkt in plaats van een fictieve opdracht in een geconstrueerde omgeving. Bij de echte opdracht zal de begeleiding vanuit docenten en werkplek worden opgeschroefd dan wel geïntensiveerd, zodat het resultaat waardig is om mee te werken in de praktijk. Hiermee wordt wellicht minder snel recht gedaan aan de mate van zelfstandigheid waar een student aan moet voldoen bij het aantonen van de vaardigheid. Wanneer duidelijk is welke vaardigheden er worden verwacht van de student en op welk niveau deze de vaardigheid moet uitvoeren kan door (zelf)inschatting beter de haalbaarheid en de begeleiding worden ingeschat. Afhankelijk daarvan kan gekozen worden het vraagstuk of de condities waaronder de uitvoering en begeleiding plaatsvinden aan te passen en worden verwachtingen vooraf afgestemd.

Tabel 3

Tabel 3 Voorbeeld afstemmen inschatten vaardigheid

5.2 Toetsen gedurende het leerproces
In de praktijk is behoefte aan beroepsbeoefenaren die kunnen samenwerken. De beoordeling moet echter individueel zijn en is in het examentraject bij VDL-Konings ook als zodanig ingericht. Je kunt je afvragen of het altijd nodig is dat alle studenten alle vaardigheden individueel moeten laten zien in de examenopdracht, of kan dat ook op een ander moment en mag het ook samen? Zijn er studenten die bijvoorbeeld in leerjaar drie al vaardigheden op eindniveau mbo-4 hebben gerealiseerd? Een meer ontwikkelingsgerichte benadering van toetsing gedurende het leerproces (assessment as learning) en verder integreren in het toetsen wat de student kan (assessment for learning) past bij de stappen die worden genomen.

5.3 Reflecteren vanuit je rol op je vak
Samenwerken en werken aan een relevante authentieke opdracht vraagt ook van de studenten om (te leren) reflecteren op eigen handelen en samenwerken van hun vak en rol in het team. Deze verdieping is nu nog minder expliciet te zien in het proces, al is deze er wel. Zo laten docent en begeleider voorbeeldrollen zien hoe om te gaan met bepaalde situaties en komen een enkele studenten in de eindpresentatie terug op wat ze "geleerd" hebben of anders zouden doen. Professionele identiteit is een begrip dat in het onderwijs steeds vaker genoemd wordt, maar nu nog ver weg staat van de taal (discours) in de techniek. De eerste gedachte is om dit mee te nemen in loopbaan oriëntatie beroep (LOB), maar juist het integreren in de praktijk biedt real life kansen voor de ontwikkeling van de student als persoon. Geen geconstrueerde les of casus, maar een echte betekenisvolle situatie. Zoals bij een zichtbare teleurstelling van student bij een tussenpresentatie. Deze groeikansen zijn uniek en liggen in de praktijk vaak voor het oprapen, mits gezien en opgepakt vanuit de rol van begeleider.

5.4 Aandacht voor docenten en werkplekbegeleider
Innoveren kost lef en inzet (energie, tijd, inhoudelijke expertise), zo ook afstemming en begeleiding samen met het werkveld. In de bespreking met docenten en werkplekbegeleiders komt naar voren dat er veel energie en extra tijd gaat zitten in de begeleiding, maar het ook erg waardevol en leuk is; dat is waarom ze het doen. Naast facilitering in tijd, is ook docentprofessionalisering een aandachtspunt rondom bijvoorbeeld feedbackgeletterdheid en hun rol als assessor. Dit kan, naast bijeenkomsten of trainingen ook door docenten te betrekken bij evaluatie van projecten maar ook door andere docenten te betrekken bij tussenpresentaties en de eindbeoordelingen (zorgen voor wisselende samenstellingen bij het beoordelen en feedback geven).

5.5 Inzet complextool
Bedrijven zijn divers in omvang, beschikbare expertise en werkprocessen. Die diversiteit maakt het lastig om de complexiteit en het niveau van de examens in de beroepspraktijk gelijk te houden. In het artikel Examineren in de reële beroepspraktijk (zie voetnoot 9) wordt als mogelijke oplossing gegeven: ‘Borg de complexiteit en het niveau van de examenopdrachten, in samenspraak met het werkveld, het bedrijf en de praktijkopleiders’. De complextool zou hier als instrument kunnen worden ingezet. Verschillende kenmerken van complexiteit op het vraagstuk en complexiteit van het samenwerkingsproces worden geduid per opleidingsniveau en aandachtspunten voor het selecteren voor vraagstukken voor mbo en hbo.
De complextool is als een betaversie opvraagbaar bij S.Raaijmakers@fontys.nl.

2024.24.06_003 - Samenwerken in de praktijk aan praktijkopdrachten; logisch zou je denken!

Figuur 2 voorbeeld uit Complextool (Betaversie) [Ros, Heldens, Swennenhuis, Poelmans, & Raaijmakers, 2024]

5.6 Trots zijn en dat laten zien
Bij beide projecten werden eindpresentaties gegeven en de ontworpen tools (gereedschappen) zijn opgeleverd. Omdat het project bij VDL een examenproject betreft zijn alle dossiers van tevoren individueel beoordeeld door de docent en werkplekbegeleider en zijn individuele gesprekken gevoerd met de studenten. Na de presentaties zegt de docent tegen de werkplekbegeleider, waar de studenten bij zijn: ‘Ik heb enorm veel geleerd door samen met jou te werken aan dit project. Door weer vanuit de bril van de praktijk te kijken.’ Deze manieren van voorbeeldgedrag zijn waardevol in de persoonsvorming voor de studenten, én de samenwerking met bedrijven voor het leven lang leren van docenten!

Conclusie
Praktijkopdrachten binnen bedrijven biedt enorme leer- en groeikansen voor iedereen. Door samen te werken en van elkaar te leren, bereiden studenten zich optimaal voor op hun toekomstige rol in het werkveld. Logisch misschien, maar het gaat het niet vanzelf. Het is aan onderwijsinstellingen en bedrijven om deze samenwerking te blijven faciliteren en continu te verbeteren.

Meer weten?

Verder de diepte in en/of reageren? Neem dan contact op met de auteur: Suzanne Raaijmakers, onderwijskundige bij Fontys Techniek en Logistiek en betrokken bij het Centrum Innovatief Vakmanschap Maak Smart Industrie. 

Voetnoten

1 Het CIV heeft als doel het opleiden/bijscholen van technisch talent van de toekomst voor de maak- en smartindustrie in Noord- en Midden-Limburg en talent te behouden voor de techniek binnen de regio.

2 Ros, A., Heldens, H., Swennenhuis, P., Poelmans, P. en Raaijmakers, S. (2024). Complextool. Tool voor het beoordelen van de complexiteit van praktijkvraagstukken en -opdrachten in een mbo- en hbo-context. Fontys. Betaversie verkregen via s.raaijmakers@fontys.nl

3 Fontys. Hybride leeromgevingen. Verkregen op mei 2024 via Hybride leeromgevingen | Fontys; Gresnigt, R. (2021). Hybride leeromgeving: de onderwijsvisie. Verkregen op mei 2024 via wij-leren.nl

4 Bodewes, D. (2023). Schaamteloos nieuwsgierig. Voor meer bevlogenheid en zelfleiderschap. Boom; RSA Animate. Drive: The surprsing truth about what motivate us (D. Pink). Verkregen via  youtube.com; Ros, A., Lieskamp, M. en Heldens, H. (2017). Leren voor morgen. Uitdagingen voor het onderwijs. Pica.

5 Bakker, A., Zitter, I., Beausaert, S. en Bruyn de, E. (2016). Tussen opleiding en beroepspraktijk, het potentieel van boundary crossing. Koninklijke van Gorcum.

6 Bergh van den, L., Ros, A., Kools, Laat de, H. en Poelmans, P. (2021). Begeleiden van zelfsturing en samenwerken. Actief leren in VO en MBO. Coutinho; Greef de, M. (2024). Hoe kan zelfsturend leren tijdens de stage onder mbo-studenten worden bevorderd, zodat het leerrendement wordt vergroot? NRO Kennisrotonde. Verkregen via kennisrotonde.nl

7 Ruijters, M., Luin van, G., Benthum van, N., Bierlaagh, D. (2023). Stevig (leren) staan. Aan de slag met professionele identiteit in beroep en opleiding. Boom.

8 Min. Ruimte in Regels, Handvatten voor goed en innovatief onderwijs. Middelbaar beroepsonderwijs. Verkregen via pdf (overheid.nl)

9 Inspectie van Onderwijs, 2016. Examinering in de reële beroepscontext. Oplossingsrichtingen voor gesignaleerde problemen en dilemma’s. Verkregen via Themaonderzoek+Kwaliteit+examinering+reele+beroepspraktijk (4).pdf

10 Kennispunt MBO Onderwijs & Examinering, 2020. Handreiking Examinering in de beroepspraktijk. 20201023_Handreiking-Examinering-in-de-beroepsprakijk-1.pdf (onderwijsenexaminering.nl)

11 Eindpresentatie praktijkopdracht Gilde Opleidingen Techniek in samenwerking met Greentechlab (Fontys Techniek en Logistiek)